﻿* 
* Mijn veronderstellingen:
< Een vader is waarschijnlijk een persoon.
< Een vader is waarschijnlijk een ouder.
< Een ouder is waarschijnlijk een persoon.
< 
* 
* Mijn conclusies:
< Iedere ouder is een vrouw of een man.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Een moeder is waarschijnlijk een persoon.
< Een moeder is waarschijnlijk een ouder.
< 
* 
* Mijn conclusies:
< Jan is een man.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Jan is waarschijnlijk een ouder.
< Jan is waarschijnlijk een persoon.
< Jan is waarschijnlijk geen moeder.
< Jan is waarschijnlijk geen vrouw.
< 
* 
* Mijn conclusies:
< Jan is een man. Omdat:
<	- Jan is een vader.
<	- Iedere vader is een man.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Jan is waarschijnlijk een ouder. Omdat:
<	- Iedere ouder is een vader of een moeder.
<	- Jan is een vader.
* 	en:
<	- Iedere ouder is een vrouw of een man.
<	- Jan is een man.
* 	en:
<	- Jan is een vader.
<	- Een vader is waarschijnlijk een ouder.
< Jan is waarschijnlijk een persoon. Omdat:
<	- Jan is waarschijnlijk een ouder.
<	- Een ouder is waarschijnlijk een persoon.
* 	en:
<	- Iedere persoon is een man of een vrouw.
<	- Jan is een man.
* 	en:
<	- Jan is een vader.
<	- Een vader is waarschijnlijk een persoon.
< Jan is waarschijnlijk geen moeder. Omdat:
<	- Jan is waarschijnlijk een ouder.
<	- Iedere ouder is een vader of een moeder.
<	- Jan is een vader.
< Jan is waarschijnlijk geen vrouw. Omdat:
<	- Jan is waarschijnlijk een ouder.
<	- Iedere ouder is een vrouw of een man.
<	- Jan is een man.
* 	en:
<	- Jan is waarschijnlijk een persoon.
<	- Iedere persoon is een man of een vrouw.
<	- Jan is een man.
< 
